Beknopte geschiedenis van Tervuren

Kasteel tervuren

Fura is de oude naam voor Tervuren. In oude geschriften en achttiende-eeuwse parochieakten komen we de vermelding Fura Ducum tegen. De naam is ontleend aan het krinkelende zijriviertje van de Dijle, de Voer die ontspringt in de zoom van het Zoniënwoud, op het grondgebied van de gemeente. Ducum – “van de hertog” – werd erbij gevoegd om naar ‘Vure’ te verwijzen als de woonplaats van de hertog van Brabant. In de loop der eeuwen werd er het voorzetsel ‘ter’ bijgeschreven. Het dorp ligt ter Voer. Het werd Tervuren.

sint hubertusArcheologische vondsten bewijzen dat hier al zeer vroeg mensen woonden. Ze vestigden zich onder andere op de hoogten en op de samenvloeiing van de Voer en de Maalbeek. Deze laatste is ondertussen dichtgeslibd. Rond 727 zou de Luikse bisschop Sint-Hubertus in Tervuren een domein gehad hebben en de legende zegt dat hij hier in dat jaar gestorven zou zijn. Historische bewijzen daarvan zijn er niet maar een eeuwenlange verering van de heilige bestaat hier wel.

Tervuren was prominent aanwezig in de loop van ‘s lands geschiedenis. De Brabantse hertog Hendrik I vestigde zich kort voor 1213 deels te Tervuren in een burcht die er mogelijk al vroeger stond op de landtong gevormd door de samenvloeiing van de Voer met de Maalbeek.
Hij liet in de nabijheid van zijn kasteel de Sint-Jan Evangelistkerk bouwen. Ze werd rond 1380 omgebouwd en vergroot.

albrechtEind zestiende eeuw waren de bouwsels op deze landtong geworden tot een verfraaid hertogelijk kasteel, waarin de Aartshertogen Albrecht (1559-1621) en Isabella (1566-1633) dikwijls verbleven omdat het amper een halve dagreis van Brussel was. Ze vernieuwden het kasteel, lieten de Sint-Hubertuskapel bouwen door Wenzel Coberger en Isabella spoorde de kapucijn Charles van Arenberg aan om een Kapucijnenklooster te bouwen in het nabije Zoniënwoud nabij het Essendal.

karel van lorreinenDe Zuidelijke Nederlanden waren bezit van de Oostenrijkse Habsburgers in 1713. Van 1744 tot 1780 was Karel van Lorreinen (of van Lotharingen) hier gouverneur-generaal. Hij was de broer van keizer Frans I en schoonbroer van Maria Theresia van Oostenrijk. Ook hij verbleef graag in Tervuren. Hij verbouwde het kasteel, zorgde voor een grondige heraanleg van de Warande en begon op Hoogvorst met de bouw van een nieuw kasteeltje, het ‘château Charles’, op een terrein dat hij daartoe aankocht in januari 1778. Zijn neef Jozef II gaf opdracht het kasteel af te breken in 1782 en het château Charles werd in eigendom gegeven aan de aannemer Louis Montoyer, die het eveneens weer sloopte. Enkel het Hoefijzer op de voorburcht en de Sint-Hubertuskapel werden gespaard.

Na de slag bij Waterloo in 1815 werd het domein Tervuren geschonken aan Prins Willem-Frederik, zoon van de koning der Verenigde Nederlanden, als dank voor zijn prestaties tijdens voornoemde veldslag. Op het Lokaertveld liet hij de weg naar Leuven omleggen en een paviljoen bouwen in sobere klassieke stijl voor zichzelf en zijn gezin.

Leopold2Na de Belgische Revolutie van 1830 werd dit paviljoen met het hele domein (de huidige warande) eigendom van de Belgische staat. Krachtens de wet van 22 maart 1853, onder de regering van Leopold I, mocht zijn oudste zoon, de hertog van Brabant en latere koning Leopold II als troonopvolger beschikken over paviljoen en privé-tuin.

Toen de Mexicaanse periode voor keizerin Charlotte en haar echtgenoot Ferdinand Maximiliaan van Oostenrijk, keizer van Mexico, op een mislukking dreigde uit te draaien en zij naar Europa weerkeerde, werd ze eerst door haar schoonfamilie opgeborgen in Miramar te Triëst. Het Belgische koningshuis haalde haar er weg en bracht de labiele Charlotte naar Tervuren, waar ze verbleef tot 1879, jaar waarin het paviljoen afbrandde. Dan verhuisde ze naar kasteel Boechout te Meise.

In 1897 wou koning Leopold II uitpakken met zijn vrijstaat Congo op de wereldtentoonstelling te Brussel. Daarom werden in de warande te Tervuren enkele ‘Kongolese dorpen’ opgebouwd en met Kongolezen bevolkt. Er waren nog andere attracties: een koloniale tentoonstelling, een ‘galerie des machines’, veeprijskampen, een zeeslag op Vossemvijver…

Op de ruďnes van het paviljoen van Prins Willem-Frederik liet hij het Koloniënpaleis bouwen als een majestueuze tentoonstellingsruimte. Toen dat te klein bleek, vatte hij in 1905 met de bouw aan van een ‘Koloniaal Museum’, nu beter gekend onder de naam van Koninklijk Museum voor Midden-Afrika. In het naburige Zoniënwoud liet de koning vanaf 1902 ook nog het Geografisch Arboretum aanleggen.

Tervuren is het oude historische Vure maar sinds 1 januari 1977 horen daar de deelgemeenten Duisburg en Vossem bij. Moorsel is een gehucht dat administratief steeds bij Tervuren hoorde maar kerkelijk nu eens bij Sterrebeek en dan weer bij Tervuren werd ondergebracht. Duisburg vormde sinds de Middeleeuwen een eigen vrijheid en Vossem, in de loop der eeuwen vaak verbonden met Leefdaal, was een heerlijkheid in het Hertogelijk Domein.

(Verbeterde en bijgewerkte versie – 2008)