Heet van de naald

 

Medewerkers gevraagd:

Wij van de Heemkundige kring kunnen nog steeds helpende handen gebruiken, zowel in ons archief- en documentatiecentrum als bij de organisatie van aktiviteiten. Wie zich geroepen voelt om ons een handje hulp toe te steken als losse medewerker mag zich steeds melden. We zullen jullie met open armen ontvangen.

 

Nieuws uit de regio

Tervuurse bevolking per 31 december 2016 

Op 31 december 2016 had Tervuren een bevolking van 21.902 inwoners. Dat waren er 319 meer dan op hetzelfde ogenblik in 2015. Hiervan waren er 11.232 vrouwen (51,29 %) en 10.670 mannen (48,75%).
Uiteraard had niet iedereen de Belgische nationaliteit, er werden inwoners opgetekend uit 111 nationaliteiten. In totaal huisden hier officieel 5656 buitenlanders (25,83%) waarvan 4649 Europeanen (21,22%) en 1007 van buiten de Europese Gemeenschap (4,59%). In 2016 werden 201 geboorten opgetekend en 165 sterfgevallen.
 VM
 
31 juli 2017: Brand in het huis Dubrunfaut 

Die avond brak er brand uit in het huis Dubrunfaut in de Kerkstraat. Het vuur ontstond in de keuken op de eerste verdieping. Dankzij de vlugge interventie van de brandweer kon men voorkomen dat de brand zich verspreidde in het hele gebouw. Gelukkig! Op de gelijkvloerse verdieping bevond zich het archief van de beroemde kunstenaar, inclusief tekeningen en een paar wandtapijten. Deze konden grotendeels gered worden. Ook zijn atelier op de tweede verdieping ontsnapte aan de vlammen. Edmond Dubrunfaut (°1920 Denain-Fr - †2007 Veurne ) bewoonde dit huis van 1949 tot aan zijn sterfdatum. Hij was een van de belangrijkste Europese tapijtontwerpers. Met deze discipline maar ook voor zijn muurschilderingen was hij in de hele wereld bekend. Zijn werken vindt men dus ook in de andere continenten.
VM
 
Dorpsfeesten in Duisburg en huldiging beeld van Pater René 

Van 4 tot en met 15 augustus 2017 vonden in Duisburg al de 41e dorpsfeesten plaats. Met ‘Duisburg bekent kleur’ is het feestcomité er met glans in geslaagd die feesten nieuw leven in te blazen. Duisburg werd opgedeeld in zijn vier historische wijken en elk van hen kreeg een kleur toegekend. Zo kleurde Duisburg in het weekend van halfoogst rood, groen, geel en blauw. Na allerlei opdrachten vervuld te hebben won uiteindelijk de rode wijk. Tot die wijk behoorde ook de Veeweidestraat.
Was het toeval maar net op dinsdag 15 augustus werd op het kruispunt van de Veeweidestraat met de Oliestraat een beeld gehuldigd van Pater René. René Van Messom (1908-1972) was een geboren Veeweidenaar die bij de paters passionisten intrad. Elk jaar liet hij de Sint-Katharinakerk vollopen van het volk omwille van zijn wel erg eigengereide wijze van preken. Reeds in 1993 had Gilbert Van Rossum, alias ‘de Jakke’, een beeld in hout van de pater gesneden. Maar dat beeld vond onderdak in de doopkapel van de parochiekerk, tot het dit jaar geplaatst werd in de pater zijn straat, als een symbool van alle missionarissen, vrouwen en mannen die Duisburg heeft voortgebracht, volgens het parochieblad Kerk en Leven.
Was hij het die vanuit de hogere regionen als dank voor zijn beeld die ‘rooien’ aan de overwinning geholpen had? Proficiat aan het Feestcomité Duisburg en op naar de 50.
Pierre Hilven
 
Bronnen:
Wynants M., Duisburg, Oude Vrijheid op nieuwe wegen, Feestcomité Duisburg en Heemkundige Kring Sint-Hubertus Tervuren, 1996, p. 157
Kerk en Leven, jaargang 78, editie 4737, 16 augustus 2017, p. 2

Meyboomplanting Leuven 2017

Jaarlijks wordt te Leuven de meyboom geplant. Dit gebeurt op 9 augustus, de vooravond van Sint-Laurentius, en wel vóór 17.00u, zo wil het de traditie die ondertussen zeven eeuwen oud is en die geworteld is in de rivaliteit tussen de hertogelijke steden Brussel en Leuven. Er bestaan vele verhalen over de oorsprong van het gebeuren en die hebben allemaal te maken met een overwinning van de Brusselaars op de Leuvenaars. Of het nu ging over de accijnzen op bier of over een bruiloftsfeest dat uit de hand is gelopen, laten wij hier in het midden. Feit is dat Jan II, hertog van Brabant, in 1308 toelating geeft aan de Brusselaars om jaarlijks de meyboom te planten. Dit privilege zou komen te vervallen indien de Leuvenaars zich vóór 17.00u meester kunnen maken van de boom.
En zo geschiedde in 1974: vermomd als journalisten kwamen enkele Leuvenaars erachter welke boom de Brusselaars hadden aangeduid voor de planting. ’s Nachts trokken ze erop uit om de boom om te hakken en mee te nemen. Op de stronk lieten ze volgend opschrift na: “Brusselaars, hier heeft uw boom gestaan; de Leuvenaars zijn ermee vandoor gegaan”. Op 9 augustus 1974 stond de boom vóór 17.00u op de Grote Markt te Leuven. Dat wil zeggen dat Brussel tot op heden slechts 666 officiële plantingen heeft gekend (1308-1974) en dat we dit jaar te Leuven de 44e planting kenden.
Dit verhaal is wellicht gekend door de meesten, maar als inleiding essentieel om te begrijpen wat de Tervuurse Meiboomgilde heeft bezield om de Leuvense meyboomplanting bij te wonen. Vooreerst past het om te zeggen dat onze Meiboomgilde zes jaar geleden werd opgericht voor de Tervuurse meiboomplanting (die, zoals men weet, steevast plaatsvindt in het begin van de maand mei). In haar streven om van onze meiboomplanting een steeds mooier en grootser volksfeest te maken, werden de laatste jaren delegaties uitgenodigd van de Brusselse en Leuvense meyboomplanters. Vooral met de Leuvenaars is een goede band gegroeid en nu trekt jaarlijks een stevige Tervuurse delegatie met de bus naar de Petermannenstad.
De bedoeling van deze ‘diplo-matieke zending’ is drieledig. Enerzijds willen we de banden met de geestesgenoten uit Leuven aanhalen en versterken, maar anderzijds zijn we niet te beroerd om toe te geven dat we er ook inspiratie kunnen putten en de technologie bekijken waarmee de Leuvenaars hun boom richten. Ten derde wil Tervuren zich, geheel conform met de historische waarheid, propageren als neutrale partner op het terrein.
Inderdaad, toen de middeleeuwse schutterswedstrijden tussen de hertogensteden Leuven en Brussel steevast uit de hand liepen en op menig handgemeen uitdraaiden, heeft de hertog Tervuren aangewezen als het neutrale terrein waar voortaan deze schutterswedstrijd zou worden gehouden. Deze wedstrijd zou gehouden zijn aan ‘de Doelen’ in de Haagbeukendreef, die zich bevond voor het Hof over ’t Water, beter gekend als het Robianokasteel. Dit historisch gegeven werd overigens geëvoceerd door middel van een toneeltje tijdens onze jongste meiboomplanting.
Tervuren dus als bemiddelaar tussen Leuven en Brussel. Drie hertogelijke residenties waarvan er één de aura kreeg van onpartijdige, onbevooroordeelde, boven-alle-disputen-uitstekende partij, de ‘Verenigde Naties van Brabant’ als het ware: onze vrijheid Vure!

Bon, met deze boodschap trok de Tervuurse Meiboomgilde dus naar Leuven en schroomde zich niet om de Leuvense burgervader persoonlijk aan te spreken. Niet in verband met zijn pensioen maar met het voorstel om Tervuren weer als intermediair op de kaart te zetten. Iets waar de man wel oren naar had! Men kan zich voorstellen dat er in Tervuren opnieuw een schutterswedstrijd zou worden ingericht met schuttersverenigingen uit Leuven en Brussel, wij hebben toch nog steeds de wip in de Broekstraat?
In al het voorgaande werd, om de kern van het verhaal zo helder mogelijk te houden, niet uitgeweid over de Leuvense Meyboomgezellen. Het zijn namelijk de ‘Mannen van 1969’ die gedurende de lopende decade de meyboomplantingen organiseren (men weet toch dat de Leuvense mannen zich verenigd hebben in ‘de jaartallen’, iets wat ondertussen ook als UNESCO-werelderfgoed werd erkend).
De Tervuurse Meiboomgilde werd prinselijk, neen: hertogelijk ontvangen door deze lieden! Niet enkel kreeg zij een rondleiding in de raadskelders onder het Leuvense stadhuis, zij werd ook bedacht met een handvol jetons, die konden ingeruild worden tegen authentiek Leuvens gerstenat.
Het zal niet verbazen dat tijdens deze diplomatieke onderhandelingen verschillende samenwerkingsverbanden werden besproken, die bij middel van een knoop in de zakdoek onthouden werden tot aan het schrijven van dit artikel. Naast de idee om opnieuw een schutterswedstrijd in te richten, werd door de Leuvense collega’s ook gesuggereerd om eens met een delegatie Leuvense reuzen naar Tervuren te komen. Omgekeerd, waarom niet, zouden onze reuzen hun opwachting niet eens gaan maken op de Grote Markt?
Tot slot, voor de lezer die zich zou geërgerd hebben aan de consequent verschillende schrijfwijze van ‘meyboom’ en ‘meiboom’ gauw dit: ‘mey’ verwijst naar ‘vreugde’, woord dat wij nog terugvinden in het werkwoord ‘zich vermeien’. Geen probleem dus om een ‘meyboom’ te planten in augustus. De Tervuurse meiboom heeft dan weer wel degelijk een associatie met de meimaand. Niet dat hier geen vreugde mee gemoeid is, wel integendeel…
FR
 
Duisburgse feesten anno 2017

Het ziet ernaar uit dat de Duisburgse feesten zichzelf heruitgevonden hebben. Het feestcomité dat instaat voor de jaarlijkse organisatie had voor de voorbije editie (van 4 tot 15 augustus) niet enkel een smaakvol programma samengesteld, net als andere jaren trouwens, maar voegde er voor deze gelegenheid een wel heel geslaagde extra dimensie aan toe.
De verschillende ‘wijken’ van het dorp werden verenigd door een bepaalde kleur. Tenhertswegen kleurde groen, Veeweide rood, Centrum blauw en Eizer-Duisburg geel. De huizen werden gekleurd met ballonnen, vlaggen, linten en al wat maar deze of gene kleur had. In verschillende proeven moesten de teams punten zien te verzamelen en op elk moment werd de tussenstand aangegeven door vlaggen van desbetreffende kleur op het dorpsplein: hoe hoger de vlag gehesen was, hoe dichter bij de overwinning.
Dit gaf aan de feestelijkheden een heel bijzondere dynamiek. De gezonde rivaliteit tussen de wijken maakte dat iedereen er absoluut wou ‘bij zijn’. De bewoners kleedden zich prominent in de kleur van hun wijk en inspireerden elkaar, stimuleerden elkaar. De apotheose kwam tijdens het slotevenement op het dorpsplein toen de einduitslag bekend raakte: team rood had het gehaald!
Het deed allemaal heel sterk denken aan gelijkaardige competities die men in Italiaanse steden nog jaarlijks terugvindt. Denk bijvoorbeeld aan de manifestaties van de verschillende ‘contrades’ uit Siena tijdens de ‘Palio’, de paardenwedstrijd op het wereldvermaarde stadsplein met ‘Feragosto’. Of denk aan de kaarsenwedstrijd in Gubbio, of de tonnenwedstrijd in Montepulciano…
Hoe dan ook, dit initiatief creëerde een grote verbondenheid tussen alle inwoners en een enorme betrokkenheid bij het feestgebeuren. Dit waren dorpsfeesten ‘pur sang’!
Vermelden wij ook nog enkele andere geslaagde manifestaties zoals de inhuldiging van een houten beeld (pater René), dat Gilbert Van Rossum (Jakke) had gemaakt, de kookwedstrijd “maak het lekkerste dessert met druiven”, een wandelzoektocht voor families op zoek naar ‘Swoi de serrist’, de loopwedstrijd ‘naar den Congo en terug’, de druiven- en bloemententoonstelling annex kunsttentoonstelling met werken van Janine Koekelberg en Dirk Lefebure, diverse muzikale optredens, tornooien, zangevenementen…
Wij wensen het feestcomité en alle Duisburgenaars van harte proficiat met deze bijzonder geslaagde 41e dorpsfeesten!
FR
 
Christus is verhuisd - 2 augustus 2017 

Geef toe, een zeer eigenaardige titel! Gaat het om een variante op het (dag)boek ‘Cristo si è fermato a Eboli’ (Christus hield halt in Eboli) van Carlo Levi? Neen hoor… Tot aan de grondige aanpak van de Sint-Janskerk te Tervuren door pastoor J.E. Davidts, was het noorderportaal omgevormd tot een Heilige Grafkapel. Daarin stond een altaar met op de achtergrond de reliëfpanelen die het passieverhaal vertellen. Voor het altaar prijkte er een beeld van het dode lichaam van Christus. We omschreven het altijd als ‘de liggende Christus’, in technische termen een ‘gisant’.
Omstreeks 1950 besloot pastoor Davidts om de kerk opnieuw haar gotisch uitzicht te geven en o.a. deze grafkapel moest eraan geloven. De reliëfpanelen werden ingepast in het huidige doksaal en de ‘Liggende Christus’ verhuisde naar het Heemkundig Museum, Nieuwstraat 15. Een jaar of twee geleden besloot de gemeente dit pand te verkopen en dus moest het museum ontruimd worden. Alle objecten en artefacten verhuisden naar de ons toegewezen archiefruimten in het Hoefijzer (ex-Panquinkazerne). In samenspraak met de parochiale verantwoordelijken besloot de heemkundige kring om het beeld weer naar de kerk te brengen. Dat gebeurde op 2 augustus met vereende krachten.
Het beeld – een gipsen afgietsel van een ander beeld – kreeg een plek links bij de ingang, tegen de noordelijke gevel aan en onder het bord met de herdenkingskruisjes van de overledenen.
Pastoor Davidts liet ooit het beeld overschilderen met donkerbruine verf. We dachten dat pastoor Vandersande (1840-1878) dat beeld in de Heilige-Grafkapel liet plaatsen maar een foto uit 1895 toont ons het altaar in de zijkapel zonder beeld en een andere foto uit 1937 toont het ons met het beeld. Pastoor Vandersande overleed in 1878, hij kan het er dus onmogelijk geplaatst hebben. Enkel de pastoors Joannes Van Lint (1892-1915) of Maximiliaan Rooses (1915-1940) komen dus in aanmerking. Persoonlijk zou ik eerder denken dat de eerste de initiatiefnemer was omdat hij grondige herstellingen aan de kerk liet uitvoeren. Rooses beperkte zich praktisch tot schilderwerk.
Deze verhuis kan gezien worden in de poging van de heemkundige kring om, in samenwerking met de parochieverantwoordelijken, de kerk ook een museaal uitzicht te geven.
VM

(top)

Van de kring

Sint-Janswandeling

Naar jaarlijkse gewoonte organiseert onze kring een sfeervolle avondwandeling om de midzomerwende passend te vieren. De zaterdag die zich dit jaar het best leende voor deze wandeling, viel op 24 juni en laat dat nu net de naamdag zijn van Johannes de Doper, de oudste patroonheilige van ons dorp! Onze midzomerwandeling stond dus geheel in het teken van de oudste dorpskern van Tervuren, het ‘centro storico’ zou men in Italië zeggen.
Na een korte inleiding van de voorzitter, die uitlegde hoe onze voorouders het feest van Sint-Jan en vooral de Sint-Jansnacht vierden (met vreugdevuren waar doorheen het vee werd gejaagd, waarrond men danste en zong maar waarin zeker geen heksen werden verbrand), toog de talrijk opgekomen schare wandelaars (wij telden 50 deelnemers) onder deskundige leiding van onze erevoorzitter op weg om de middeleeuwse verdedigingswerken van de oude vrijheid Vure te gaan ontdekken. Onderweg kwam menige anekdote ter sprake al naargelang welk huis men passeerde, waar een destijds bekende Tervurenaar had geresideerd.

De Brusselsesteenweg was inderdaad de ‘Langestraat’ en langs de Vestenstraat en de Tabaksberg belandden de wandelaars uiteindelijk op ‘de Kapelle’, waar zij met eigen ogen konden aanschouwen waar het eerste kerkje had gestaan, tot het in de Franse tijd (1796) werd aangeslagen en verkocht om afgebroken te worden.
Groot was onze verbazing toen wij plots voor ons François Hauwaert zagen verschijnen, commissaris van de uitvoerende macht en in die functie door de Franse bezetter aangesteld, en zijn echtgenote Antoinette Cumps. Beiden waren in een intens gesprek verwikkeld en leken ons niet opgemerkt te hebben. Zo werden we (on)gewild getuige van de vele drastische veranderingen die onze voorvaderen en -moederen in die tijd hebben meegemaakt op bestuurlijk en geestelijk vlak. Een enkeling beweerde Pierre Hilven en Kathleen Bollue te hebben herkend in beide figuren maar elke overeenkomst met deze personen moet als louter toeval worden bestempeld.
Langs de kleine straat-jes van negentiende eeuws Tervuren bereikten we, terwijl het duister uiteindelijk dan toch wou vallen, de herberg ‘’t Sot Genoegen’ waar de kastelein ons reeds stond op te wachten. Menig frisse slok kon dienen om het stof van de wandeling door te spoelen. Na een korte wijle (en niet lang) trok het verkwikte gezelschap verder langs de Voervallei om er de voortgang van de restauratiewerken aan de pastorie te gaan bewonderen. Hierdoor enigszins teleurgesteld bereikte men – het was nu echt donker – het kerkplein. Allen waren het hierover eens: dat het een mooie avond was geworden waarop men veel wijzer was geworden, toch waar het Tervuurse aangelegenheden betrof.
FR

(top)

Reacties

 

(top)

Schenkingen en aanwinsten

Mevrouw Linda Van der Meeren uit Tervuren schonk ons een stel negatieven, o.a. van de processie van 1972.
 
De familie Drabs gaf ons een boek, getiteld: "Exposition de Bruxelles - Tervueren 1897: catalogue détaillé et illustré" - Imprimerie Scientifique Ch. Bulens, Bruxelles.
Het bevat allerlei wetenschappelijke informatie over planten en dieren.
 
Ferdinand Thenaerts overhandigde ons een Engelse militaire stafkaart uit 1938. Hij heeft deze na de tweede wereldoorlog in een bunker te Duisburg gevonden.
 
Mevrouw Cordemans offreerde ons een potloodtekening die ene Roeykens tijdens de eerste wereldoorlog in gevangenschap gemaakt heeft. Het is een pieta in houtskool op inpakpapier.
 
Johan Desmet bood ons een door zijn vader ontworpen naamplaat aan, in de vorm van een schild, half blauw, half wit, met daarop “De Goudvink - Tervuren 1956”.
  
Jean Donnay bracht twee hout-gesneden beelden binnen, voorstellende de heiligen Georges en Suzanne. Het was een werk van Robert Charles en hoorde toe aan Robert Vanderplas uit Tervuren.
 
Paul Danhieux vond een bierflesje dat toebehoord had aan de bieruitzetter ‘Goossens frères’ uit Tervuren. Volgens Ben Renson had deze uitzetter verschillende bieren te verdelen en blijkbaar ook flessen met zijn eigen naam erop. Hij was geen brouwer. Dit is een interessante vondst en we zijn de vinder er dankbaar voor.
 
Jules Leruth kon enkele voorwerpen bij ons kwijt, die verband houden met de Tweede Wereldoorlog.
 
Van Jean-Pierre Leonard ten slotte kregen we zijn ganse collectie strijkijzers en een kacheltje. Als toemaat leverde hij er nog een schilderijtje bij, van de hand van zijn vader.

(top)

Necrologie

We vernamen het overlijden van Pater Albert Vander Elst, 92 jaar. Hij was sinds 1945 lid van de congregatie van de Priesters van het Heilig Hart die het Heilig-Hartcollege aan de Albertlaan oprichtte. Als Zaventemnaar liep hij er trouwens humaniora. In 1952 werd hij tot priester gewijd. Hij startte zijn loopbaan als leraar in het college, werd er prefect en later rector. Toen de zusters van het Maria-instituut (in de Pastoor Vandersandestraat) wegtrokken, werd hij directeur van deze middelbare school voor meisjes. Minzaam noemden de leerlingen hem ‘onze pa’. Tussen 1981 en 1990 werd hij provinciaal overste van de Vlaamse Provincie.
 Door het verminderde aantal leden van deze provincie was hij een van de initiatiefnemers voor een fusie met de Nederlandse Provincie. Hij zetelde er in het bestuur tot 2012. Gedurende zijn laatste levensjaren verbleef hij in het Nederlandse Asten, waar hij trouwens overleed en op 8 juli begraven werd in de kloostertuin.
VM
 
We bieden de beproefde families ons medeleven aan.

Internet