Koninklijke Heemkundige Kring Sint Hubertus Tervuren


De Koninklijke Heemkundige Kring Sint-Hubertus Tervuren is een vereniging zonder winstoogmerk, die werd gesticht in 1946 door een handvol Tervurenaars met belangstelling voor de plaatselijke geschiedenis.

De doelstellingen van de Kring zijn :

  • de studie van de Tervuurse geschiedenis en folklore
  • het verzamelen van heemkundige, natuurkundige en artistieke voorwerpen
  • de inrichting van een plaatselijk museum.

Zoals het een heemkundige kring betaamt, draagt de vereniging zorg voor het plaatselijke erfgoed, onder welke vorm dat ook bewaard is : bouwkundig, landschappelijk, archeologisch, archivalisch, picturaal...

 

Over dorre bladeren en zwarte gal

“De zomer stuwt de lent', de herfst den zomer henen.”

De herfst, dan komt de zon in het teken van de weegschalen, dat is wanneer de dagen rode wangetjes krijgen van de eerste frisse ochtenden, die afgewerkt zijn met glittertjes van rijp. In oostelijke streken is er het verschijnsel dat in de herfst enige dagen achter elkaar de volle maan op ongeveer hetzelfde uur opgaat. Men dacht dat deze volle maan diende om het binden van boekweit te bevorderen. Dat moest geschieden bij avond om het zaad minder verloren te doen gaan. De boeren spraken dan van een ‘boekweitmaan’. Men hoort in de herfst ook soms in oude meubelen een kloppend geluid als het tikken van een horloge. Bijgelovige mensen zagen dat als een ongunstig voorteken, de ‘horloge de mort’, ‘dead watch’, maar het is slechts het kloppen van de houtluis of de kleine kevertjes (‘klopfkäfer’) die de bekende holronde gaatjes in oud hout maken.
Het najaar was ooit de tijd waarin de leden van het gezin zich gemoedelijk in ouderwetse boerenwoningen bij de schouw zetten of onder de wijde schoorsteenmantel gezellig koutten en sprookjes vertelden. De tijden evolueerden echter naar ‘Hollandsche schouwen’, stoven, kachels en gasvuren. Daaronder of langs is het lastiger om gezellig in het rond te zitten natuurlijk. Ik schreef het eerder al: “Wat is het dat een mens ‘s avonds doet lonken naar een haard. Is het dat kader van de schoorsteenmantel met een achtergrond zo zwart als roet in een oud, voorvaderlijk huis, waarin de ganse familie bij en onder kon en waar overgrootva pijplurkend zijn verhaal deed van uit de tijd dat hij als conscrit dragonder werd in het leger van Napoleon?” Is het melancholie?
De Cock schrijft in zijn ‘Spreekwoorden, zegswijzen en uitdrukkingen op volksgeloof berustend’: “Indertijd werden er bij de mens vier humeuren (vochten of sappen) waargenomen: het bloed, het slijm, de gele gal en de zwarte gal... ofschoon deze laatste nooit door iemand werd gezien, zei dr. Brissaud. In die vochten en hun menging diende de oorsprong van alle krankheden gezocht. Tweemaal ’s jaars keert het bloed, in voor- en najaar. Dan acht men zweet- en bloedzuiveringskuren volstrekt noodzakelijk.”
Nee, dan houden wij, gevoelsmensen, het liever bij het romantische beeld dat een uitspraak van Bakhuizen van den Brink oproept: “De vrouw, wier herfst schooner was dan de lente van vele anderen”. Daar kunnen we mee verder. ‘Het weer wil wat om handen hebben’, zegt men als het in de herfst of de winter ruw weer is. Zo willen wij af en toe ook wat om handen hebben in de romantische sfeer. Dat hoeft geen zwarte of gele gal te zijn… want dat doet denken aan een verhaal van Gabriel Garcia Marquez: ‘Afval en dorre bladeren’, daarin is de dood ook nooit veraf.

Fons Vandendael

WNT / De Beer T.H. en Laurillard E., Woordenschat [1893-1899] / De Cock A., Gebruiken [1908] / De Cock A., Volksgeloof [1920-1921] / Harrebomée P.J., Spreekwoordenboek [1858-1870].

E-mail aan de Heemkundige Kring

Berichten en vragen aan de heemkundige kring kunnen van nu af aan ook gestuurd worden aan volgend adres: heemkundetervuren@gmail.com

Ze zullen beantwoord worden door de persoon die verantwoordelijk is voor de materie die er het onderwerp van uitmaakt.