Besprekingen: Vic Motte en Fons Vandendael
In te kijken in ons archief- en documentatiecentrum ‘Moestuin’ tijdens de werkvergaderingen (2de en 3de maandag van de maand van 18 tot 21u, toegang langs de balie van het administratief centrum ‘de Zevenster’, Markt 7a, Tervuren. Aanmelden vóór 19u).Tijdschriften, in ons archief in te kijken:
Blikveld
Wie nog van plan is om de permanente tentoonstelling van het BELvue Museum in Brussel te bezoeken, moet zich reppen.
Koning Boudewijnstichting, Zomer 2026.
Tien jaar na de opening van dit museum willen de verantwoordelijken een nieuw hoofdstuk inluiden met een grondige renovatie.
Men hoopt die klaar te hebben tegen 2028.
Dankzij bijdragen van twee steunfondsen slaagde de stichting erin om twee zeldzame werken van Henry van de Velde – een sierspeld en een unieke boekband – te verwerven.
De kunstobjecten werden in bruikleen gegeven, de sierspeld aan het Koninklijk Museum voor Kunst en Geschiedenis in Brussel en de boekband aan Wittockiana in Sint-Pieters-Woluwe.
Brabant Cronikel
Michel Erkens uit Hoeilaart heeft het over de drie bannen (roepen) die eertijds moesten uitgebracht worden aleer een kerkelijk huwelijk gesloten kon worden.
Tijdschrift voor familiegeschiedenis, 2026-02.
Ook over dispensaties (kerkelijke vrijstellingen of vergunningen) die soms verleend moesten worden.
Eigen Schoon ende Brabander
In een eerste bijdrage gaat het over de levensbeschrijving (‘vita’) van Sint-Goedele van Brussel in een middeleeuws document. Verder krijgen we een overzicht van wat er zich in een negentiende-eeuwse apotheek van de grauwzusters van Aarschot bevond en van de natuurlijke middeltjes, de ‘remèdes vulgaires’ die gebruikt werden. Abt Libert de Pape (1618-1682) van de Parkabdij in Heverlee kon nogal opgeven over zijn eigen inbreng in twee lijvige typografieboeken die in zijn tijd werden uitgegeven.
Koninklijk Historisch Genootschap van Vlaams-Brabant en Brussel, 2026-02.
Een zin in de inleiding: “door denselven by een vergadert en in orde ghestelt ende volbrocht anno 1665” kan daar een mooi bewijs voor zijn.
Hij was abt van 1648 tot 1682.
In zijn dagboek van 1661 noteert hij: “Op 3 september ben ik samen met de heer cellier te paard naar Vossem gegaan om de tekortkomingen op de geografische kaart van ons cijnsboek aldaar aan te vullen en ‘s avonds ben ik teruggekeerd naar Park“.
Dit laat vermoeden dat hij zich wel steunde op gegevens van een landmeter-cartograaf.
Janick Appelmans, de auteur van het artikel, suggereert dat dit wel landmeter Willem Subil zou kunnen geweest zijn.
Deze cellier (een cellier is normaal gezien een wijngaardenier, mogelijk ook kamenier) was Filip van Tuycom (1623-1702) uit Leefdaal.
In de rekeningen van de abdij worden de onkosten van die reizen genoteerd, evenals de controle die uitgeoefend wordt op de cijnskaarten.
Daaruit kan men opmaken dat de abt slechts éénmaal vermeld werd als medereiziger op meerdaagse reizen en daguitstappen om cijnsgronden te gaan opmeten.
Erfgoed Meerdael
Naast een interview met Margriet Haesendonck in het dialect van de regio over haar jeugd en een artikel over Fons Van Baelen en zijn munten- en penningenverzameling, staat hier ook een interessant artikel over het ‘mysterieuze herdenkingskruis in het Meerdaalwoud voor Felix Michaux, die op die plek verongelukte op 3 mei 1879, en over de boswachtersfamilie Haine, die sedert half achttiende eeuw boswachters leverde in de dienst van de hertogen van Arenberg. Paul Coeckelbergh, schrijver van dit artikel, vervolledigt het artikel met een lijst van gebouwen die dienstdeden als boswachtershuizen in Vaalbeek, Oud-Heverlee, Blanden, Haasrode en Heverlee, waaronder ‘La Montagne’, beter gekend als het ‘Spaans Dak’ aan het ‘Zoet Water’. AV
Geschied- en Heemkundige Kring Oud-Heverlee, april-juni 2026.
Faro
Het Rijksarchief van Leuven viert dit jaar zijn 25ste verjaardag.
Tijdschrift over cultureel erfgoed, 2026-02.
Het begon met een kleine vestiging, waar men vooral terechtkon voor genealogie.
Raadpleging gebeurde op microfilms.
Na een kwarteeuw is het volume aan archieven uitgegroeid tot meer dan 30 kilometer.
Daarin is ook het archief van de oude universiteit van Leuven opgenomen. Ons erfgoed strekt zich uit over heel wat items, zoals alles wat door de eeuwen op muzikaal gebied is ontstaan, en eveneens alles wat de wereld van de industrie (machines) ons al gebracht heeft.
Heel onverwacht vernemen we dat het Merghelynck Museum in Ieper het enige museum in Vlaanderen is dat geheel aan de achttiende eeuw gewijd is.
Die achttiende eeuw heeft de naam van ‘pruikentijd’.
Het is dan ook normaal dat je er authentieke dames- en herenpruiken aantreft.
Huldenbergs Heemblad
De KW-linie duidt op de verdedigingslinie met gevechtsbunkers, commandobunker en connectiekamers, die gebouwd werd net voor aanvang van de Tweede Wereldoorlog.
Heemkundig tijdschrift voor Huldenberg, Loonbeek, Neerijse, Ottenburg en Sint-Agatha-Rode, 2026-02.
Ze diende als bescherming tegen een mogelijke Duitse inval.
Deze verdedigingslinie liep van Koningshooikt (deelgemeente van Lier) tot Waver, met bunkers in Huldenberg (3), Ottenburg (4), Sint-Agatha-Rode (4), Neerijse (2) en Loonbeek (4).
In dit nummer wordt over bunker LW 11 geschreven.
Iedere bunker heeft zijn eigen kenmerken wegens zijn functie, zijn ligging en zijn plaats in het landschap.
Veel zijn ondertussen verdwenen: gesloopt, verdwenen onder de grond, verkocht aan particulieren en verbouwd.
Enkele werden gelukkig bewaard als militair erfgoed, zoals genoemde bunker LW 11 in de Veeweide in Sint-Agatha-Rode.
In 1940 was hij bemand door Engelse militairen van de Royal Welsh Fusiliers.
Omwille van de Duitse overmacht was hij – zoals de andere – maar enkele dagen in gebruik.
Vijf jonge mannen sneuvelden, hier of in de omgeving, op 15 mei 1940.
Ze waren tussen 19 en 21 jaar oud en werden begraven op het kerkhof van Sint-Agatha-Rode.
Bunker LW 11 is vrij goed bewaard en door toedoen van o.a. de heemkring van Huldenberg werd hij ingericht als een minimuseum met infoborden, een replica van het oorspronkelijk geschut en andere uitrustingstukken. Een laatste bijdrage handelt over de unieke Celongaet vierkanthoeve aan Wolfshagen in de negentiende en twintigste eeuw.
De Kelle Beiersblad
De geplande reis van deze kring naar het Franse Mâcon kan niet doorgaan, er zijn te weinig inschrijvingen.
Ledenblad van de Heemkring Overijse, 2026-02.
Daarom kiest de kring voor een locatie dichter bij huis: op 8 oktober komen ze naar Tervuren voor een wandeling in de warande en een bezoek aan de tentoonstelling ‘De menselijke zoo van Tervuren (1897)’ in het AfricaMuseum. Na de lunch in De Foyer trekken ze opnieuw naar het museum om o.l.v. een gids kennis te maken met de architectuur van het gebouw.
Leuvens Historisch Genootschap
Sylvain Van de Weyer, vooraanstaand Leuvenaar en advocaat, werd met de Septemberdagen 1830 lid van het Voorlopig Bewind en werkte zo mee aan het Verdrag der 18 Artikelen, de voorlopige overeenkomst met de Nederlandse regering.
Nieuwsbrief, 2026-02, nr. 89.
Later werd hij minister in de eerste Belgische regering, in 1863 minister van staat.
Kort na zijn overlijden kreeg hij op het Martelarenplein een standbeeld.
Dat was in 1876. Andere bijdragen handelen over de Leuvense universiteit en de kloosters tussen 1500 en 1700, over de Commanderij van Keizersberg en over de geschiedenis van de Kaboutermansstraat, met de huidige opgravingen aldaar.
Melijn
Annemie Breugelmans brengt ons een uitgebreid artikel over enkele schilders van het Zoniënwoud, die ook het hertogelijk kasteel schilderden: Denijs van Alsloot (1570-1626), Lodewijk De Vadder (1605-1655), Ignace van der Stock(1636-na 1665) en Lucas Achtschellinck (1626-1699). Een ander artikel handelt over Claude Monet (1840-1926) en zijn verblijf in Giverny. Thierry Dubois heeft onderzoek gedaan naar de historiek van de herberg In de vos, bakermat van de eerste generatie van de School van Tervuren.
De Vrienden van de School van Tervuren, 2026-02.
Monumenten en Landschappen
Beeldhouwer Panamarenko (1941-2019), artiestennaam voor Henri Van Herreweghe, woonde en werkte tussen 1970 en 2002 in het hoekhuis aan de Biekorf- en de Trapstraat in Antwerpen.
Monumenten, landschappen en archeologie, 2026-03.
In 2002 verhuisde hij naar Sint-Maria-Oudenhove in de Vlaamse Ardennen.
Bij die gelegenheid schonk hij zijn huis, inclusief inboedel, aan het Museum van Hedendaagse Kunst Antwerpen (Muhka).
Een artikel handelt over de bescherming van het pand, de restauratie en het toekomstige beheer van de museumwoning. De Wereldtentoonstelling in Londen in 1851 liet het publiek kennismaken met het roze Peterhead graniet en het oranjerode Correnie graniet uit Schotland.
Beiden vielen direct in de smaak van een aantal Europese architecten.
Zo vinden we toepassingen in Parijs maar ook in België (Brussel, Antwerpen, Oostende, Gent). In de Brandstraat in Gent stond ooit een clarissenklooster.
Later werd het door franciscanen bewoond.
In 1955 werd het omgebouwd tot studentenhuis voor meisjesstudenten.
Achter de huidige, indrukwekkend moderne gevel schuilt nu een geheel van interessante gebouwen.
Men vindt er o.a. een vroegere neogotische kapel van architect J.B. Bethune (1821-1894) in prachtige architectuur en met een mooie muurschildering die de dood van Sint-Franciscus van Assisi voorstelt.
De Semse
De aanleg van de steenweg Mechelen-Leuven wordt in nummer 6 behandeld.
Nieuwsbrief van de Heemkundige Kring van Zemst, 2026-06 en 07.
De onderhandelingen tussen beide steden, die moesten leiden tot een akkoord voor de verdeling van de onkosten, startten in oktober 1714.
Pas in juni 1730 werd het vorstelijk octrooi verleend vanuit Brussel.
Dat was dus onder Oostenrijks bewind.
Najaar 1732 waren de werken voltooid.
Op gelijke afstand van elkaar stonden er vier tolhuizen waar betaald moest worden voor passage.
De aanleg had het aanzienlijke bedrag van 437.667 gulden gekost. In het nummer 7 een bijdrage over hoe voor verlichting werd gezorgd voor er elektriciteit was.
In die voorgaande tijd bediende men zich van toortsen, fakkels, olielampen, kaarsen, petroleumlampen, carbuurlampen en gasverlichting. Een andere bijdrage handelt over de mysticus Jan van Ruusbroec (1293-1381) die vanaf 1343 prior werd van de priorij Groenendaal in het Zoniënwoud.
Science Connection
Een bijdrage heeft het over de geologische oorsprong van Belgisch marmer, dat op ongeveer 325 tot 390 miljoen jaar moet gerekend worden. In het Franse dorpje Pontpierre (Dep. Moselle, regio Grand Est) werd diep in de ondergrond waterstof (H2) gevonden.
Magazine van het Federaal Wetenschapsbeleid, nr. 76, april-juni 2026.
Onderzoekers vermoeden dat de diverse soorten waterstof een belangrijke energiebron kunnen betekenen voor de toekomst.
Deze enorme waterstofbel zou zich ook naar het noorden uitstrekken, tot in Belgische ondergrond.
Onze nakomelingen leven dus op hoop. De Rubenskapel in de Sint-Jacobskerk in Antwerpen herbergt niet enkel de laatste rustplaats van Peter Paul Rubens (1577-1640), maar ook een uitzonderlijk ensemble van kunstwerken.
De restauratie van deze kapel startte in 2022 en wordt dit jaar afgerond.
Een verslag hierover.
Volkskunde
In Armenië heeft de pro-Europese regeringspartij van Niko Pashinyan begin juni met een verpletterende meerderheid de pro Russische tegenkandidaat verslagen.
Tijdschrift voor de studie van de volkscultuur, 2026-01.
Het land vormde, gelegen op de zijderoute, eeuwenlang een verbinding tussen West-Europa en het Verre Oosten.
In de vierde eeuw nam het ook als eerste het christendom aan als staatsgodsdienst.
Toeval of niet maar net in dit nummer vinden we een interessante bijdrage over het cultureel erfgoed in Armenië, dat tussen 1922 en 1991 als deel van de Sovjet-Unie altijd zijn identiteit behouden heeft.
Men spreekt er een eigen Indo-Europese taal die enige verbanden heeft met het oud-Grieks, er wordt een eigen alfabet gebruikt dat ook wat oud-Grieks aandoet en de Armeniërs zochten steeds contacten met de West-Europese cultuur.
Dit laatste vertaalt zich ook naar de architectuur en de andere kunstuitingen. Het slot Wolfegg in de regio Oberschwaben (Beieren) bezit een uitgebreide kunstcollectie van het huis Waldburg-Wolfegg, enkele tienduizenden items.
Hans Geybels, ging daar enkele dagen opzoekingswerk verrichten en kwam tot de verbazende vaststelling dat tussen de duizenden devotieprentjes er ook exemplaren van bedevaartvaantjes uit onze gewesten bijzitten, zoals een exemplaar van Jezus-Eik met nr. 240.
Tot voor kort moest het oudste dergelijk exemplaar, met het wapenschild van abt Alexander Slootmans, gedateerd worden tussen 1730 en 1756.
Nu blijkt dat het vaantje van Wolfegg minstens 70 jaar ouder is en een vroegere kapelconstructie weergeeft.
Zoniën
Een artikel behandelt de familie Van Veen, waarin Victor Van Veen (1831-1869) naast gemeenteontvanger van Overijse tevens leraar en schrijver was. Michel Erkens heeft het over ene Elisabeth Bloemmaert en vermeldt dat in de negentiende eeuw een ‘werkboekje’ verplicht was voor wie bij een gastgezin aan de slag wou als huishoudhulp. André Cools (1927-1981), markante Waalse figuur, volksvertegenwoordiger, minister en PS-partijvoorzitter, had ooit een verblijf in Hoeilaart.
Tijdschrift van de heemkringen Overijse en Hoeilaart, 2026-02.