Leestafel : Onze nieuwe aanwinsten.


Besprekingen: Vic Motte en Fons Vandendael
 
In te kijken in ons archief- en documentatiecentrum ‘Moestuin’ tijdens de werkvergaderingen (2de en 3de maandag van de maand van 18 tot 21u, toegang langs de balie van het administratief centrum ‘de Zevenster’, Markt 7a, Tervuren. Aanmelden vóór 19u).

Tijdschriften, in ons archief in te kijken:

Blikveld
Koning Boudewijnstichting, herfst 2025.

Dit jaar viert de Koning Boudewijnstichting haar vijftigjarig jubileum. Naar aanleiding hiervan was ze de eregast op de prestigieuze kunstbeurs BRAFA die dit jaar van 25 januari tot 1 februari doorging op de Brusselse Heizel. Een bijzondere erkenning dus voor de Stichting èn voor de filantropen die zich al decennialang inzetten voor het behoud van Belgisch erfgoed.

Op haar stand waren recente aanwinsten uit haar veelzijdige collectie te bewonderen, naast iconische stukken publiek erfgoed. Bezoekers konden achter de schermen ook meekijken naar de op dat moment aan de gang zijnde restauratie van een recent verworven schilderij van de Antwerpse meester Willem Key (1516-1568), waarvan heel wat werken vernield werden tijdens de zogenaamde Beeldenstorm in 1566.

Brabant Cronikel
Tijdschrift voor familiegeschiedenis, 2025-04.

In de laatste drie jaargangen van dit tijdschrift verscheen er telkens een artikel over merkwaardige familienamen, het werden er zo’n 150 in totaal. Het ging om familienamen die ons eigenaardig lijken en o.a. de vraag doen rijzen naar de betekenis ervan. In dit nummer vinden we er opnieuw een twintigtal van. Onze burgemeester Thomas Geyns heeft de eer er ook bij te horen, hoewel hier de betekenis van zijn familienaam niet uitgelegd wordt. We vernemen wel dat slechts zo’n 55 naamdragers ervan landelijk bekend zijn, een zeldzaamheid dus.

De meeste families Geyns wonen tussen Brussel en Leuven. De oudst gekende generaties woonden op het einde van zeventiende eeuw in Duisburg. In de bevolkingstelling van 1693 vinden we er het gezin van Peeter Geyns, gehuwd met Martijne Gaillaerts. Door de verwoestende dorpsbrand van 1731 in Duisburg, die eveneens de pastorie in de as legde, kunnen we niet nagaan sinds wanneer dit gezin of hun voorouders er woonden. Mogelijk is er hierover wel wat te vinden in de schepengriffie van de gemeente maar dat vergt benedictijnerzoekwerk.

Dit alles volgens dit tijdschrift. Met wat Googlespeurwerk ontdekten we echter dat Geneanet weet heeft van 1022 individuen wereldwijd met deze naam, van wie 397 in België. Steeds volgens dezelfde bron zou de naam een zogenaamd geografische naam zijn en verwijzen naar de plaatsnaam Gödingen. Er zijn twee locaties met deze naam.

Eentje in Oost-Friesland, Duitsland en een ander in het uiterste noorden van het Groothertogdom Luxemburg, een deelgemeente van Troisvierges, kanton Clervaux. De naam werd daar ook vervormd tot Goedange in het Frans en in het Luxemburgs tot Gëidingen. De familienaam Geyns heeft als varianten Geudens, (Van-)Geuns, Van Goens, Geuens, Geurs.

Eigen Schoon en de Brabander
Koninklijk Historisch Genootschap van Vlaams-Brabant en Brussel, jaargang 108, 2025-04.

We komen hier een en ander te weten over de verhouding tussen de abdijen van Sint-Truiden, Vlierbeek en de Parkabdij van Heverlee in de tweede helft van de vijftiende eeuw.

Joannes Despauterius (ca. 1478-1521), geboren in Ninove, verwierf tijdens zijn korte leven internationale bekendheid met zijn traktaten over Latijnse grammatica. Daarin kwam hij op als pleitbezorger voor het gebruik van zuiver en authentiek Latijn, dat volgens hem alleen te vinden was in de werken van de Latijnse auteurs uit de oudheid. Wat erna gepubliceerd werd, week hiervan af. Het plaatste hem aan het begin van een eeuwenlange traditie van Latijnse schoolgrammatica’s die de regels van het klassieke Latijn in proza en poëzie bijeenbrachten aan de hand van citaten uit Cicero, Caesar, Vergilius en Ovidius.

Deze uitgave van Eigen Schoon en de Brabander brengt ons ook een aantal boekbesprekingen, o.a. het waardevolle werk dat E. De Maesschalck ons vorig jaar kwam presenteren: ‘De Hertogen van Brabant (640-1430)’.
In een in memoriam vernamen we het overlijden van Paul Kempeneers (°1935), bekend voor zijn vele bijdragen over naam-, heem-, en familiekunde in Brabant.

Erfgoed Meerdaal
Oktober-december 2025

Deze uitgave bevat drie onderwerpen. Het eerste gaat over een treinaanslag op een Duits transport in de Tweede Wereldoorlog en dat werd uitgevoerd door de Leuvense Partizanen, een beweging die ontstond uit het socialistische Revolutionair Antifascistisch Front. De aanslag had plaats op 31 juli 1943. Er werd een springlading aangebracht op het spoor in de richting van Leuven, aan de Koebrug bij het Zoet Water. Deze brug ligt nu in een deel van de Doode Bemde, een beschermd gebied van het Agentschap Natuur en Bos. Er was al eens over gepubliceerd in het nummer van september 2020 maar ondertussen werden nieuwe bronnen aangeboord waardoor meer gegevens konden meegedeeld worden.

Verder nog een artikel over sigarenfabrikant Jozef Dederen in Oud-Heverlee en een derde artikel over Francine Meulemans, een vrouw die een warm hart had voor kinderen, voor de school en voor Blanden.

AV

Faro
Tijdschrift over Cultureel Erfgoed, 2025-04.

Deze uitgave heeft het over allerlei onderwerpen, zoals: ‘Onderzoek in een erfgoedcontext’; ‘Het binnenklimaat in historische gebouwen en archiefruimten’; ‘Mogelijke calamiteiten in musea, bibliotheken en archiefruimten’ en ‘Het vastleggen van mondelinge verhalen en getuigenissen’. Verder is daar nog een artikel over hoe in ons geheugen herinneringen kunnen opgewekt worden door onverwachte, externe stimulansen, zoals een bepaalde geur of een bepaald object... of een geluid. Ook over de restauratie van wandtapijten in de Koninklijke Manufactuur De Wit in Mechelen komen we wat te weten.

Histories Krant
Erfgoed Vlaanderen, 2025-04.

Gerda Damen is sinds september 2024 voorzitter van de Heemkring Aartselaar. Ze geeft ons een relaas van een werkdag met haar medewerkers in het archief van hun vereniging.

De heemkundige kring van het Limburgse Kuringen kon met behulp van een metaaldetector verscheidene stukken bovenhalen van een Pools vrachtvliegtuig dat in 1960 neerstortte in een veld in Jeuk, Gingelom.

Historica Leen Van Bockstal specialiseerde zich in de branche familiegeschiedenis en genealogie. Ze stelt zich ten dienste van genealogen die moeilijkheden ondervinden met het vinden van voorouders. Ook vonden we in dit nummer een leidraad i.v.m. de manier van omgaan met vrijwilligers in de heemkringen.

Met Driekoningen kregen we weer zingende kinderen aan de deur, hopend wat lekkers te krijgen of wat centjes. Eigenlijk hoort dit gebruik thuis in een eeuwenlange traditie van ‘bedelliederen’.

Huldenbergs Heemblad
Huldenberg, Loonbeek, Neerijse, Ottenburg en Sint-Agatha-Rode, 2025-04.

We vinden hier een bijdrage over de zogenaamde Septemberdagen van 1830 en de twee (gesneuvelde) deelnemers aan de opstand uit Sint-Agatha-Rode.

Dit jaar zou Zjef Vanuytsel (1945-2015), kunstenaar-architect uit Huldenberg, 80 jaar zijn geworden. In Huldenberg werd dit feit uitvoerig herdacht met allerlei kunstmanifestaties. We hadden het al in een vorig Horentje hierover. In deze uitgave een verslag over de herdenking.

Leuvens Historisch Genootschap
Nieuwsbrief 2026-01, nr. 87.

Deze nieuwsbrief brengt ons een uitgebreide bijdrage (tweede deel) over de geschiedenis van Leuven en omgeving tussen de zesde en het midden van de twaalfde eeuw.

Het Savoyecollege in de gelijknamige straat werd in 1551 gesticht door Eustache Chappuis (ca. 1490-1556), afkomstig uit Annecy. Hij was doctor in kerkelijk en civiel recht en in dienst van de Bourgondische Habsburgers. Zoals een reeks andere in Leuven, was dit college een logies voor studenten uit een welbepaalde regio, in dit geval Savoye. Naast dit college was er ook nog in de Vander Kelenstraat het Sint-Ivocollege. Dit college werd in 1483 gesticht door Robertus de Lacu (renaissancenaam voor Robert Van de(n) Poel) net voor hij stierf. De stichter wilde ermee onderdak verschaffen aan minder gegoede (arme) studenten kerkelijk recht.

Verder nog bijdragen over het zogenoemde ‘Vicus Artium’ (classicistisch portiek) in dezelfde Vander Kelenstraat, een derde deel over de Sint-Geertruiabdij, dat handelt over de periode na de Franse Revolutie. En dan is er nog een bijdrage over het archeologisch onderzoek op het binnenplein van het stadhuis.

Monumenten en Landschappen
Nummer 2025-04.

Aan de Gentse Tondeliersite in de Gasmeterstraat bevinden zich twee majestueuze gashouders die vier jaar geleden gerestaureerd werden. Het zijn de enigen van dit type nog in Vlaanderen en twee van de weinige wereldwijd. Ze zorgden voor de productie van het stadsgas in Gent.

Vensters worden wel eens ‘de ogen van een gebouw’ genoemd. Een historisch gebouw met originele vensters, raamindelingen én vensterglas oogt zo anders en veel authentieker dan wanneer deze onoordeelkundig vervangen worden. Vandaar dat er nu bij restauraties over gewaakt wordt om originele elementen zoveel mogelijk te bewaren.

Bij het aanleggen van funderingen voor een nieuw kunstwerk in het Leuvense Donatuspark nabij het Herbert Hooverplein (tussen de Vlamingen- en Charles Deberiotstraat) stootte men op oude muurfragmenten. Dit bleken de spaarzame resten te zijn van het Sint-Donaascollege, dat teruggaat tot de vijftiende eeuw en dat in 1848 door brand grotendeels verwoest en daarop gesloopt werd.

Science Connection
Magazine van het Federaal Wetenschapsbeleid, nr. 74, 2025.

In dit nummer wordt gesproken over het project ‘Outlaw’ van het Rijksarchief. Er werd een databank opgesteld van gegevens van 120.000 gedetineerden tussen de jaren 1850 en 1924 in onze Belgische gevangenissen.

Verder ook bijdragen over de aanpak van het onderwijs in Democratische Republiek Congo en in Rwanda en Burundi tijdens de Belgische ‘Koloniale Aanwezigheid’. De behandeling en bestudering van het plaatselijk erfgoed in Boma (D.R. Congo), een kijk in de nieuwe zalen voor art nouveau, art deco en sierkunsten van de negentiende eeuw in het Museum voor Kunst en Geschiedenis te Brussel en het plan dat Louis Camus in de periode 1936-1940 samenstelde voor een efficiënt en neutraal overheidsapparaat.

De Semse
Heemkundige kring De Semse, 2025-10 en 2026-01 en 02.

Tijdens onze schooltijd werden we in de wiskundeles op een bepaald ogenblik geplaagd met de theorie van de ‘Gulden Snede’. De korte samenvatting: ‘Verdeling van een lijnstuk in twee delen met een speciale verhouding’ klink nog duister en ingewikkelder werd het rekenwerk en de bewijzen errond. Tijdens de lessen kunstgeschiedenis bleek dat deze theorie ook van toepassing was in diverse takken van de kunst. Dat was reeds het geval in de Griekse Klassieke Oudheid en ook in de eeuwen erna, tot in onze hedendaagse tijd. Hierover meer in het nummer 10.

In de eerste uitgave van 2026 lazen we een en ander over Rubens en zijn putti en ook over de nieuwjaartradities van weleer (kerstbomen, vuurwerk, nieuwjaarzangers, nieuwjaar-gerechten, teerfeest…).

Het nummer 2 geeft ons o.a. een beeld over het naar school gaan in de negentiende en twintigste eeuw en over de voorloper van de elektrische telegraaf; de ‘optische telegraaf’ van Claude Chappe (1763-1805).

Volkskunde
Studie van de volkscultuur, 2026-01.

Deze uitgave is volledig gewijd aan volksschrijver Abraham Hans (1882-1939). Op de omslag lezen we de ondertitel ‘een vergeten reus’. Inderdaad, als volksschrijver is hij nu enkel nog bekend bij specialisten in de erfgoedkunde en de volksliteratuur. Hij werd geboren in Sint-Maria-Horebeke bij Oudenaarde. Wie de streek kent, weet dat daar reeds enkele eeuwen een enclave is van protestanten, onder wie heel wat Nederlanders. Zijn ouders waren dit ook. Tijdens de Eerste Wereldoorlog verhuisde het gezin naar Zeeuws-Vlaanderen, in het neutrale Nederland, waar Abraham een opleiding volgde tot onderwijzer. Hierdoor kwam hij in contact met de kinderliteratuur en werd hij een echte verteller en auteur van verhalen. Na de Groote Oorlog teruggekeerd zijnde naar Vlaanderen, behaalde hij hier ook het Belgische diploma van onderwijzer. Deze eerste uitgave van 2026 belicht zijn invloed in Vlaanderen. Zijn volksverhalen waren niet alleen in de lagere scholen fel begeerd, maar werden ook gelezen door laaggeschoolde volwassenen.

De verhalen over de ‘Bende van Jan de Lichte’, de ‘Bende van Bakeland’, ‘Egmond en Hoorne’ en ‘Vroolijke Frans’ gingen erin als zoete koek. Er verschenen verhalen van hem in Vlaamse kranten, zowel van de katholieke zuil als in het liberale Laatste Nieuws. Hij heeft invloed gehad op de toen jonge Vlaamse Toeristenbond, bracht het middeleeuwse verhaal ‘Van den Vos Reynaerde’ naar het grote publiek en had verschillende exemplaren van de zowat 3000 Vlaamse Filmpjes, een uitgave van de abdij van Averbode op zijn naam. Kortom, een vergeten reus.

Zoniën
Heemkringen uit Overijse en Hoeilaart, 2025-04.

Onze buren uit Overijse en Hoeilaart vierden vorig jaar hun vijftigjarig bestaan, waarbij ze naar goede gewoonte de eretitel ‘Koninklijk’ toegekend kregen.

Vanaf november 1975 en het hele jaar 1976 gaf onze Tervuurse kring in het tijdschrift De Horen gastvrijheid aan de Beierij van IJse om er haar bijdragen in te publiceren. Daar wordt trouwens in het ledenblad ‘De Kelle’ van Overijse melding van gemaakt.

In deze uitgave vinden we een uitgebreid verslag over het 140-jarig bestaan van de Davidsfondsafdeling in Overijse. We lazen ook met veel interesse het artikel ‘De Prins en de Bakker’. Met ‘de prins’ wordt er verwezen naar prins Filip, onze huidige koning en met ‘de bakker’ wordt Chrétien Danhieux bedoeld. Aanleiding voor deze bijdrage was een foto waarop beiden staan te keuvelen op 4 juni 1992 op het domein Kaalheidehof in Huldenberg, bij het huwelijk van Geneviève de Limburg Stirum en Olivier Garnier de Falletans.

Frans Demol, de auteur van dit artikel, ontdekte via een stamboom, opgesteld door wijlen Dr. Raymond Denayer, dat er een genealogisch verband is tussen prins Gerard van Horne, heer van Overijse en ons koningshuis, en dat de voorouders van genoemde Chrétien Danhieux sinds het begin van de negentiende eeuw in Overijse woonden. Beiden hebben dus een band met Overijse.

Dezelfde schrijver geeft ook de kwartierstaat van de genaamde Danhieux en ontdekte dat Henricus Danhieux (1776 Tervuren - 1845 Overijse), de eerste inwoner van Overijse met die naam, eigenlijk een Tervurenaar was, gehuwd met Marie-Anne Vandergucht (1785 Tervuren - 1821 Overijse). Ze trouwden in Tervuren in 1808 en stierven beiden in Overijse. Ouders van Henricus Danhieux waren Johannes Josephus Danheu (sic) (1736 Brussel - 1802 Tervuren) en Maria De Bluts (1737 Overijse - 1799 Tervuren).

Maar lezen we verder… De vader van Johannes Josephus was Joannes Petrus Danhieu (1705 Braine-l’Alleud -1775 Tervuren). Hij was smid, slotenmaker, meester-metselaar en bewaker van het kasteel van Tervuren, in dienst van Karel van Lorreinen. Hiervoor verwijzen we naar het artikel van onze collega Michel Probst in De Horen 2024-03, p. 146-155. Ik herinner me ook dat slager Danhieux op de hoek van de Gemeentestraat en de Brusselsesteenweg – de man is reeds jaren geleden overleden – in de volksmond de bijnaam had van ‘prins’, hoogstwaarschijnlijk ook zijn ouders en voorouders, omdat die Johannes Petrus in de achttiende eeuw in dienst was bij prins Karel van Lorreinen. Kunnen er nog meer toevalligheden zijn?

Vic Motte en Fons Vandendael