Besprekingen: Vic Motte en Fons Vandendael
In te kijken in ons archief- en documentatiecentrum ‘Moestuin’ tijdens de werkvergaderingen (2de en 3de maandag van de maand van 18 tot 21u, toegang langs de balie van het administratief centrum ‘de Zevenster’, Markt 7a, Tervuren. Aanmelden vóór 19u).Boeken
Moore, Jonathan J.
Geneeskunde door de eeuwen heen
LIBERO B.V., 2025, 256 p., geïllustreerd.
De ondertitel van de uitgave, ‘Vreselijke ziekten en afgrijselijke behandelingen’ zorgt al voor een rilling wanneer je het boek ziet liggen in de boekenwinkel. Het is verbluffend te ervaren waartoe geneesheren en de geneeskunde bij ziekten en kwalen tegenwoordig in staat zijn.
Tot in de negentiende eeuw gingen onze voorouders met de daver op het lijf naar de dokter, ten minste wanneer ze de moed en de geldelijke middelen hadden om dit te doen. Zowel ingrepen als de voorgeschreven middeltjes, denk maar aan een aderlating, bloedzuigers, amputaties zonder verdoving, medicijnen op basis van uitwerpselen e.d., vormden een ernstige hindernis die psychologisch moest overwonnen worden voor men besloot om die stap te zetten. Daar komt bij dat toen een overvloed aan infecties de mensheid teisterde: jicht, scheurbuik, pest, cholera, syfilis, lepra, tuberculose, pokken, mazelen, tyfus, gele koorts, malaria, epilepsie, hysterie… De ondertitel ‘Vreselijke ziekten en afgrijselijke behandelingen’ omvat het helemaal voor de mensen in de middeleeuwen.
De eerste verbeteringen doken reeds op tijdens de renaissance maar met Louis Pasteur (1822-1895) werden de eerste stappen gezet naar wetenschappelijk verantwoorde behandelingen: vaccinaties en sterilisatie van medische instrumenten. Deze uitgave geeft ons een fascinerend overzicht van allerlei afschuwelijke ziekten en hun afgrijselijke behandelingen, maar ook hoe men stilaan evolueerde naar de huidige toestanden. We zijn zelfs tot het besef gekomen dat in onze eenentwintigste eeuw haast dagelijks nieuwe geneeskundige ontdekkingen en verbeteringen de geneeskunde vooruithelpen.
De uitgave wordt uitvoerig geïllustreerd met historische afbeeldingen en prenten. Een register van vier pagina’s achteraan het boek laat de lezer toe om persoonsnamen, ziekten, behandelingen, namen van medicijnen e.a. vlugger weer te vinden.
Toevallig viel ons oog op pagina 154, bij de uitleg naast een historische prent op de mededeling “Vasco da Gama ging in 1948 in Calicut aan land”. Laat ons hopen dat dit maar een zeldzame plek is waar het zetduiveltje is komen opduiken.Tijdschriften, in ons archief in te kijken:
Brabant Cronikel
Tijdschrift voor familiegeschiedenis, 2025-03.
De familienaam Beddegenoots/Beddegenoodts komt ook voor in Tervuren.
Deze familie is sinds begin de zeventiende eeuw waarschijnlijk afkomstig uit de streek van Diest, meer bepaald Molenbeek-Wersbeek. Volgens professor Debrabandere gaat deze naam terug naar het Middelnederlandse woord voor ‘echtgenoot’. Anderen zijn van mening dat deze naam een volkse interpretatie zou kunnen zijn van de voornaam Bennoot (Benoît).Eigen Schoon en de Brabander
Historisch Genootschap van Vlaams-Brabant en Brussel, 2025-03.
Onze Hoeilaartse collega Michel Erkens ontdekte bij het doornemen van Brusselse notarisakten dat bij de verkoop van de inboedel na een overlijden in 1825 reeds een partij witloof genoteerd werd. Daarmee wordt bevestigd dat het begin van de teelt een stuk vroeger was dan gedacht. Onder andere Henri Vannoppen schreef ooit dat dit pas in 1830 was.
Dezelfde Henri Vannoppen brengt in dit nummer een vierde deel over zijn studie ‘Geboortegebruiken door de eeuwen heen in Midden-Brabant’, met aandacht voor thuisbevallingen, de ‘goeivrouw’, de kraambedkoorts, de verlostang, keizersnede, kindskorf, zelf zogen of een min, de ooievaar voor de deur…Erfgoed Meerdael
Geschied- en Heemkundige Kring Oud-Heverlee, juli-september 2025.
De omslag vertoont een foto van de Sint-Annakerk in Oud-Heverlee te midden van het kerkhof er rond. Dat is dan ook het voornaamste onderwerp van deze uitgave: de geschiedenis van dit gebouw, haar bouwvorm en stijl, over de romaanse toren, de muurschildering en over enkele blikvangers in de kerk, zoals het beschermde orgel van Pierre Charles Van Peteghem, een triomfkruis, het beeld van Sint-Anna-ten-Drieën dat nu bewaard wordt in Museum M en andere. Een tweede artikel over Petrus Meulemans uit Blanden, een vergeten oud-strijder van Napoleon, vervolledigd de inhoud van deze uitgave. AVFaro
Tijdschrift over Cultureel Erfgoed, 2025-03.
Dit nummer heeft het voornamelijk over de waarde van de bibliotheek. De biografische databanken helpen ons om in erfgoedbibliotheken gegevens over personen te vinden die anders onvindbaar dreigen te blijven. Een oude boekband is soms meer dan luxemateriaal om het boek in te binden, hij geeft soms een heel verhaal over de kennis van de technieken die hiervoor nodig waren. Het cultureel-erfgoeddecreet van 23 mei 2008 erkende voor het eerst erfgoed-bibliotheken als collectie beherende organisaties.
Tegenwoordig kan je via internet de meest luxueuze middeleeuwse manuscripten bekijken en uitvergroten. Ook gedrukte boeken worden steeds vaker gedigitaliseerd. Dat heeft uiteraard heel wat voordelen, ad libitum qua tijd en plaats kunnen deze geraadpleegd worden. Geen schade aan het object zelf, geen kans op diefstal…
Maar dat aangename gevoel om er eens in te bladeren, die aanraking van dat oud papier, die oude geur… dat heb je daar natuurlijk niet bij. Oude boeken bewaren houdt ook problemen in. Welke zijn de voornaamste moeilijkheden bij conservatie en hoe worden deze opgelost?Melijn
De Vrienden van de School van Tervuren, 2024-04.
Naar aanleiding van de tentoonstelling ‘Een Zucht naar meer lucht, schilderessen en het pleinairisme’ in CC De Warandepoort (14 november - 13 december 2025) schreef Herman De Vilder over de vrouw in de kunst in de negentiende eeuw een uitgebreid artikel.
Annemie Breugelmans ontdekte dat het McMullen Museum of Art in Boston, USA via schenking recent in het bezit kwam van 36 uitzonderlijke schilderijen van de School van Tervuren, waaronder werken van Hippolyte Boulenger, Joseph Coosemans, Théodore Fourmois e.a… Michel De Brauwer scheef er over.
Jacques Laperre beschrijft het ‘Soleil couchant à Tervueren’, een werk van Lucien Frank uit 1891. Het logogram van Christian Dotremont (1922-1979) werd 10 jaar geleden op een gevel van de Tervuurse Markt aangebracht. De VST mocht zich onlangs verheugen op de schenking door Thierry Dubois van een mooi werk van Lucien Frank uit 1891: ‘Vijver te Tervuren’. De schenker geeft er een artistieke beschrijving van.
Een eerste deel van een wandelbrochure ‘In het Spoor van de Tervuurse Schilders’ kwam uit samen met het nummer 1 van Melijn. Het tweede deel bij dit nummer 3 geeft een serie schilderijen weer die de omgeving als onderwerp hebben van de Voerweg, de Bergestaat, het zicht op het dorp, de Nettenberg en de Wolvenweg.
Monumenten en Landschappen
2025-04 en 05.
In 1977 sloopte een projectontwikkelaar onder zwaar protest een huis in Moorse stijl uit 1899 aan de Gentse Fortlaan om het te vervangen door een modern flatgebouw. Dit alles na verwerping van een beschermingsaanvraag via een snelprocedure. De gevel van het huis was versierd met prachtige mozaïeken van Silvio Tolomei (1865-1930). Jammerlijk dus, dat deze woning verdween. Een kleindochter van de kunstenaar brengt een boeiende beschrijving van de werken van haar grootvader, die op heel wat plaatsen in België gevelmozaïeken aangebracht heeft. Gelukkig zijn deze niet vernield door ‘kunstvandalen’.
In de toren van de Sint-Leonarduskerk te Zoutleeuw hangt een uurklok met drie voorslagklokken. In de middeleeuwen, en ook veel later nog, diende een kerkklok o.a. om de bevolking in de omgeving te informeren hoe laat het was. Wanneer men ijverig aan het werk was, thuis of op het veld, telde men niet altijd correct het aantal klokslagen. Een of meerdere voorslagklokken waren hiervoor een oplossing. Het aantal klokslagen werd telkens herhaald door een klok met een andere toon.
Na het instellen van de schoolplicht in 1914 kreeg de Antwerpse bouwmeester Emiel Van Averbeke (1876-1946) verschillende opdrachten voor nieuwe schoolgebouwen. De meisjesschool op het Kiel is daar een voorbeeld van. Ze werd gebouwd in modernistische stijl. Het artikel hierover bewijst hoe het respect voor de erfgoedwaarden en de eisen die onze hedendaagse tijd naar voren gebracht hebben met mekaar kunnen verzoend worden.
In de periode 2022-2023 werd er door een team van de VUB-opgravingen uitgevoerd in Westende om de geschiedenis van de dijkenbouw te reconstrueren. In nummer 5 valt daar een en ander over te lezen. Blijkt dat die bouw al een aanvang nam in de Romeinse tijd maar een hoogtepunt bereikte tijdens de middeleeuwen, en later verder uitgewerkt werd. Er moet ook onderscheid gemaakt worden tussen ‘ringdijken’ die bedoeld waren om een bepaald domaniaal erf te beschermen en ‘kadedijken’ die parallel lopen met de kustlijn.
In een ander artikel over het penitentiair erfgoed in België wordt de stijl en de inrichting van diverse gevangenissen onder de loep genomen. Vallen deze gebouwen onder een of andere bescherming wat erfgoed betreft? In een uitgebreide lijst wordt een uitsplitsing gemaakt tussen reeds gesloopte gevangenissen en andere, die onder verschillende statuten staan, zoals ‘geen erfgoedstatuut’, ‘beschermd gebouw’, ‘vastgesteld bouwkundig erfgoed’, ‘beschermd monument’ en ‘opgenomen op de Inventaire du Patrimoine’.
In 2021 kocht de Vlaamse Overheid het nogal vervallen kasteeldomein van het Limburgse Heers, gelegen tussen Sint-Truiden en Luik. Uiteraard werd besloten tot een restauratie. Het kasteel van Heers met hoeve, kapel en grafstenen, is sinds 1943 beschermd als monument. De werken startten in 2024 met de imposante tiendenschuur. Het artikel focust op de bouwgeschiedenis, de restauratie en herbestemming van de schuur.De Kelle Beiersblad
Ledenblad van de Heemkring Overijse, 2025-03.
In deze uitgave een verslag, inclusief foto’s, over de feestelijkheden te Eizer op 29 juli dit jaar. Naar jaarlijkse traditie ging hier die dag de processie uit, maar dit jaar was er toch iets speciaals. Het was immers 50 jaar geleden dat Eizernaar Raymond Decoster, eredeken van Halle, in de kerk van Eizer door kardinaal Suenens tot priester gewijd werd. De jubilaris ging vooraf de zondagsdienst voor en stapte daarna met de monstrans mee in de processie.Leuvens Historisch Genootschap
2011-02, nr. 86.
Deze nieuwsbrief start een reeks bijdragen over de geologische geschiedenis van het Leuvense natuurlandschap, tot de vorming van het cultuurlandschap door de mens. De eerste bijdrage heeft het uiteraard over de waterlopen in Leuven: de Dijle, de Voer, de Molenbeek en de Leibeek. Ook de oudste bebossing wordt onder de loep genomen. Voor de eerste menselijke ingrepen moeten we terug naar de prehistorie en de Romeinse tijd. Verder in deze uitgave o.a. een studie over het verdwenen Clarissenklooster (1786). Dit klooster moeten we situeren tegenover het huidige Museum M en tot op een deel van het hedendaagse Ladeuzeplein.De Semse
Nieuwsbrief Heemkundige Kring van Zemst, 2025-08, 09 en 10.
In het nummer 8 een en ander over de geschiedenis van het potlood, uitgevonden in 1565. Verder ook over de kabinetskaarten van Joseph Jean de Ferraris (1585-1733).
In nummer 09 kunnen we een uitgebreid artikel lezen over de oorsprong van het Gulden Vlies, de evolutie ervan in de tijd en de huidige personen die dit ereteken mogen dragen.
190 jaar geleden (5 mei 1835) reed de eerste stoomtrein in België tussen Brussel en Mechelen. Deze ‘ijzeren weg’ liep door de dorpen Eppegem en Weerde. De Semse schenkt daarom aandacht in het nummer 10 aan de geschiedenis van de spoorweg in het algemeen en aan de stations van Eppegem en Weerde.
Vlaamse Stam
Vlaamse Vereniging voor Familiekunde, 2025-03 en 04.
Bij opgravingen op de Groenmarkt van Sint-Truiden, waar meer dan 3000 skeletten van eeuwen geleden gevonden werden, deed men een merkwaardige vaststelling. Voor zover mogelijk werden er DNA-testen op de skeletten gedaan. Bij vijf werd met zekerheid het pest-DNA ontdekt. Deze menselijke resten dateren uit de veertiende eeuw maar nergens in geschreven bronnen uit die tijd is er een melding van een pestepidemie. In een uitgebreide bijdrage over de familie Gellaerts, Gillaerts, Gheylaerts lezen we dat er van deze familie een tak in Duisburg en Vossem woonde.
Het nummer 4 brengt een uitgebreid artikel over de familienaam Vandenbempt, die o.a. in Tervuren vaak voorkomt.
De naam verwijst naar het woord beemd/bempt, een bepaald soort van grasland, afgeleid van het Germaanse ‘banumath’. In 1979 werd er een familievereniging opgericht die de Brabantse naamdragers Vandenbempt wil bereiken. Hier kwamen zelfs twee publicaties over uit. Ook werd er een familiewapen ontworpen. Wanneer we de namen van de bestuursleden van deze vereniging overlopen, zien we personen die vooral ten oosten van Leuven wonen.
Naar aanleiding van het overlijden in Wespelaar van mevrouw Monique Coosemans, werd in hetzelfde nummer haar kwartierstaat gepubliceerd. Hoewel de familie Coosemans een voorname rol gespeeld heeft in Moorsel (Tervuren), vinden we in die kwartierstaat geen aansluiting met de Tervuurse tak.
Bij nummer 4 hoort ook een bijlage met de inhoud van jaargang 2025.
Volkskunde
Tijdschrift voor de studie van de volkscultuur, 2025-02 en 03.
In dit dubbelnummer lazen we het aangrijpend verhaal over de belevenissen van de Duitse, Joodse soldaat Willy Katzenstein in België tijdens de Eerste Wereldoorlog.
Bij zijn terugkeer in 1918 in zijn thuisstad Bielefeld werd hij, samen met zijn krijgsmakkers, triomfantelijk onthaald als held. Maar dat veranderde met de opkomst en later de overheersing door de nazi’s. Hij besloot dan maar om samen met zijn familie uit te wijken naar Engeland. Hij overleed in Londen in 1951. Andere teksten handelen over maquettes in musea en traditionele volksmuziek in een polariserend Europa.
Een uitgebreide studie heeft het over de rol van vrouwen bij de start van de studie volkskunde en folklore in het Nederlandstalige deel van West-Europa in het laatste kwart van de negentiende eeuw. Titia van der Tuuk (1854-1939) speelde hier een grote rol.
Een bijdrage in het Engels heeft het dan weer over de genderaspecten in het speelgoed tijdens vorige eeuwen. Uiteraard wordt er hierbij gekeken naar de aanwezigheid van deze objecten in musea (ook Bokrijk) maar ook uiteraard op het schilderij ‘Kinderspelen’ (1560) van Pieter Bruegel de Oude.
Verder ook nog een boekbespreking van het werk ‘Archiefsporen volgen’ van prof. Eddy Put die aan het slot van zijn veertigjarige academische carrière (Rijksarchief, KU Leuven, VU. Brussel) in negen hoofdstukken een helikopterblik geeft op de belangrijkste kwesties van het archiefonderzoek.
Zoniën
Heemkringen uit Overijse en Hoeilaart, 2025-03.
Het overgrote deel van deze uitgave wordt ingenomen door een bijdrage van Jean-Louis Tastenhoye over de wielrennerij in Eizer. De Grote Prijs van Eizer begin september voor beloften en eliterenners zonder contract is sinds jaren een weerkerende traditie. Dit jaar werd deze voor de drieëntachtigste keer gereden.
De auteur ontdekte echter dat de lust voor de wielersport in Eizer veel ouder is. Reeds in 1903 bestond er een wielerclub ‘De Pedaal' en in de loop van de jaren werd er al maar door verder gekoerst.
Vic Motte en Fons Vandendael